Werkingsprincipes

Normaal waar het kan….


 * We zijn lid van de Vlaamse Judofederatie (VJF).

    Men kan dus in principe ook trainen in andere clubs die aangesloten zijn bij de VJF.

* Iedereen komt in de mate van het mogelijke zelfstandig naar de trainingen.

* De trainingsonderdelen zijn dezelfde als in een valide judoclub.

   We besteden aandacht aan vrijwel alle facetten van grondwerk, valbewegingen, rechtstaand judoën, kata’s, enz.

* Tijdens de training hanteren we principieel de Japanse (basis)terminologie.

* Op tornooien werken we grotendeels op dezelfde manier als op gewone tornooien.

   We bedoelen begeleiding met echte scheidsrechters, een gelijk systeem van strafpunten, beoordelen van een            houdgreep of worp, enz.

* We hanteren een gordelverhogingssysteem dat vergelijkbaar is met systemen die in gewone judoclubs

   gehanteerd worden.

* Judoka’s houden zelf hun aanwezigheidskaart bij.

   Een ‘volle’ kaart is meteen ook één van de voorwaarden voor volgende gordelverhoging.

* Om een hogere gordel te bekomen leggen de judoka’s een examen af.

* Ze kunnen zelf kiezen of ze aan een tornooi willen deelnemen.

Aangepast waar het moet…

We willen op het judotechnisch vlak geen uitzonderingssituatie creëren ten opzichte van valide judoclubs. Echter, voor een aantal aspecten moet de cluborganisatie in haar sporttechnische en bestuurlijke werking rekening houden met het feit dat haar leden een (mentale) beperking hebben. Daarom zijn aanpassingen soms nodig:

* De aan te leren technieken worden in heel kleine stapjes opgesplitst. (differentiatieprincipe)

* We herhalen heel veel de aangeleerde deelstapjes. (herhalingsprincipe)

* We brengen zo veel als mogelijk de aan te leren vaardigheden op een speelse manier aan. (motivatieprincipe)

* Veelvuldig gebruik van specifiek didactisch ondersteunend materiaal en sterk geëigende methodieken.

   (motivatie –en activiteitsprincipe).

* We starten met de symmetrische houdgrepen als kami-shio gatame, yoko-shio-gatame, enz..

   Deze beantwoorden het best aan het symmetrische ontwikkelingsniveau bij onze judoka’s

   (principe van de naaste ontwikkeling). 

* Om de gordelverhoging binnen een overzienbare tijd mogelijk te maken werken we met kleine tussenstreepjes.

   Dit systeem is vergelijkbaar met het streepjessysteem of halfvolle gordels die in veel normale clubs voor de jeugd       worden gehanteerd. Criteria om een hogere gordel te verkrijgen kunnen evenwel heel divers liggen en worden     per judoka bekeken (individualisatieprincipe /differentiatieprincipe).

* We werken heel aanschouwelijk met een eenvoudige, klare en duidelijke verbale begeleiding, aangepast aan de psychomotorische mogelijkheden van de judoka. Pas dan kunnen we er zeker van zijn dat hij/zij weet wat er gevraagd wordt. (Aanschouwelijkheidsprincipe/differentiatieprincipe)

* Een examen kan worden gespreid en wordt inhoudelijk haalbaar gemaakt voor de judoka.

   We bedoelen dat eisen aangepast zijn aan de individuele mogelijkheden van de judoka op dat moment 

   (individualisatieprincipe / differentiatieprincipe).

In normale judowedstrijden gelden vrij nauwe regels wat betreft gordels, geslacht, gewicht, leeftijd van de judoka. Bij onze judoka’s gelden deze regels iets minder. Naast rekening houden met geslacht en leeftijd is vooral judokunde-niveau van belang (niveau 1, 2, 3, 4, 5).

©2018 BY G-JUDOCLUB DE BUITELAARS. PROUDLY CREATED BY PURPLE SNOW PRODUCTIONS